Het 3DE5-raamwerk

Eindeloos bewustzijn, een wetenschappelijke visie op de bijna-doodervaring

Geschreven door Pim van Lommel, 15e druk.

De titel brengt drie onderwerpen bij elkaar die suggereren dat ze elkaar aanvullen. Als eerste eindeloos bewustzijn, als tweede de bijna-doodervaring en als derde een wetenschappelijk visie.

Wetenschappelijk

De wetenschappelijke visie doet vermoeden dat Van Lommel de algemeen geaccepteerde regels voor het bedrijven van wetenschap toepast: een voorspelling moet toetsbaar en waarneembaar zijn. Hij draait deze regels echter om door op meerdere plaatsen te stellen dat de wetenschap open moet staan voor nieuwe inzichten. Die nieuwe inzichten zijn een ontsnappingsclausule omdat de stellingen in het boek niet te toetsen en waar te nemen zijn. De schrijver is zich hiervan ten volle bewust. Hij schrijft: “Dit boek is niet meer dan een aanzet voor verdere studie en discussie, omdat wij op vele belangrijke vragen over het bewustzijn en de relatie daarvan met het lichaam op dit moment nog geen definitieve antwoorden kunnen krijgen. Met name dient de rol van DMT, (een psychoactieve stof die zorgt voor een ervaring die lijkt op een bijna-dood ervaring) junk-DNA en kernspinresonantie verder te worden onderzocht.” (blz.349)

Alle stellingen zijn daarom ook ontwijkend beschreven. Veel zinnen zijn als mogelijkheid beschreven en niet als stelling.

Behalve bij het hoofdonderwerp eindeloos bewustzijn. Dan zijn de stellingen direct. “Elk cel heeft een interfacefunctie via … kernspinresonantie.” (blz. 264)

Bewustzijn

Zeker, een lastig onderwerp. Laten we daarom beginnen met bewustzijn. Dat moet toch wetenschappelijk te verklaren zijn. Maar pas op bladzijde 280 volgt een bespreking van de definitie van bewustzijn. Maar helaas: “bewustzijn is moeilijk te definiëren … en is subjectief en niet wetenschappelijk aan te tonen.” Daarmee zet Van Lommel de deur wijd open naar stellingen en aannames die hij zo maar uit de hoge hoed tovert. “Zonder bewustzijn is er geen levend lichaam.” (blz 281) Hoe het zit met bewusteloze personen, weet ik niet. Wel dat hiervoor vanuit het boek een verklaring is te geven met kernspinresonantie in een veld van eindeloos bewustzijn, of zoiets.

Vragen of alleen een mens een bewustzijn heeft, komen niet aan de orde. Hebben dieren geen bewustzijn? Bij welke levensvorm begint bewustzijn en waar houdt het op? Het boek behandelt deze vragen niet en bespreekt alleen de mens. Is de mens een bijzondere levensvorm die anders functioneert dan alle andere?

Eindeloos bewustzijn

De centrale stelling in het boek is niet de bijna-dood-ervaring, maar het eindeloos bewustzijn. “Er bestaat tevens een universeel of collectief menselijk bewustzijn dat elk individu met al het bestaande verbindt, of met alles dat ooit heeft bestaan en nog zal bestaan, en dit gebeurt via het algemeen-menselijke DNA met een gemeenschappelijke toegangscode.” “Het DNA heeft in elke cel een interface-functie via kernspinresonantie (blz. 264)”. “Dit maakt het mogelijk de continuïteit van ons steeds veranderend lichaam te verklaren doordat de uitwisseling met alle erfelijke informatie uit de non-lokale ruimte en met het non-lokale bewustzijn langs deze weg tot stand kan komen (blz 276). Het DNA ligt dus ook aan de basis van alle voortdurend wisselende elektromagnetische velden van deze cellen. Het DNA is het enige permanente aspect van elke lichaamscel vanaf het ontstaan tot aan het vergaan (blz. 262). Erfelijkheid is een ander woord voor geheugen (blz. 276). Zelfs de differentiatie van celfuncties tijdens de embryonale fase kan niet alleen verklaard worden uit de genetische code zoals die is vastgelegd in de structuur van het DNA, maar berust ook op non-lokale informatie (blz. 263). Het lijkt onvermijdelijk aan het DNA een centrale rol toe te kennen bij de wederzijdse uitwisseling van voortdurend veranderende informatie tussen ons lichaam en het non-lokale bewustzijn waarbij het … interfacemodel op basis van kernspinresonantie gehandhaafd blijft (blz 261). Zelfs het immuunsysteem kent informatie die in de non-lokale ruimte ligt opgeslagen (blz. 271).”

Non-lokale ruimte

Ja, ja, dat is niet zo maar wat. “Dat dit ... niet voor iedereen gemakkelijk toegankelijk zal zijn besef ik heel goed (blz. 167).” Oké, we geven de moed niet op. Wat is non-lokale ruimte en non-lokaal bewustzijn? Op bladzijde 229 komt non-lokale ruimte aan de orde: “Misschien – let op, nooit stellig formuleren, dat leidt tot fouten – kan de non-lokale ruimte ook wel het absolute vacuüm worden genoemd: zij heeft geen structuur, is perfect symmetrisch, bevat geen tijd en is een lege ruimte, waarin quarks, elektronen, zwaartekracht en elektriciteit alle tot één geheel versmolten zijn, en als zodanig ook niet bestaan. … En zo kan dit absolute vacuüm, deze non-lokale ruimte ook een basis of grond zijn voor het bewustzijn.”

Nu weten we nog niets, maar dat is niet belangrijk. Het klinkt geweldig. Nee, geen vragen stellen hoe een absoluut vacuüm bestaat uit één geheel en daarmee niet meer vacuüm kan zijn. Of dat zelfs een vacuüm volgens de laatste inzichten niet leeg is. Dat is veel te moeilijk. Gewoon de toverspreuken aanvaarden van een echte expert. Aanvaard dat we niet alles begrijpen.

Non-lokaal bewustzijn

Naast non-lokale ruimte, hebben we nog non-lokaal bewustzijn (blz. 219). We veronderstellen dat “bewustzijn fundamenteler is dan materie of energie. Het universum is niet opgebouwd uit stukjes materie, maar uit stukjes kennis; subjectieve, veel betekende stukjes in het bewustzijn.” Ja, ja, nu weet ik zeker dat de Japanners in Hiroshima en Nagasaki niet zijn omgekomen door de atoombom, maar door kennis die teveel is gelokaliseerd in een lokaal vacuüm. Kijk, dat inzicht krijg je niet zo maar.

“Bewustzijn is in deze zienswijze dus non-lokaal en functioneert hierdoor als oorsprong of 'fundament' van alles (blz. 230). Men ontkomt bijna niet aan de conclusie dat ons eindeloze bewustzijn onafhankelijk van het lichaam als vóór de geboorte heeft bestaan en ook na de dood zal blijven voortbestaan in een non-lokale ruimte waar tijd en plaats geen rol spelen. Volgens de theorie van non-lokaal bewustzijn is er geen begin en komt er ook geen eind aan ons bewustzijn (blz. 350).

Het bewustzijn is het non-lokale opslagmagazijn van alle ervaringen uit het verleden (blz. 263).”

Meer vragen

Het mooie is dat alles een vorm van ruimte is en dat er hiërarchie in bewustzijn bestaat (blz. 259). “Gelukkig is elk deel van oneindig ook oneindig (blz. 260). In de toekomst moet een interface tussen het non-lokale bewustzijn en de hersenen verder worden uitgewerkt, want er zijn nog steeds meer vragen dan antwoorden. De non-lokale en wederzijdse informatie-uitwisseling tussen bewustzijn en hersenen zal waarschijnlijk nooit helemaal kenbaar of verifieerbaar zijn, en hierdoor zullen theorieën hierover principieel moeilijk bewijsbaar of falsifieerbaar zijn (blz. 259).”

Hoewel alles samen hangt met alles (blz. 220), haalt dit citaat wel de term 'wetenschappelijk' in de titel volledig onderuit. Dat is overigens helemaal niet belangrijk: “Met onze huidige wetenschappelijke inzichten lijkt het vooralsnog onmogelijk om alle aspecten van de subjectieve ervaring te verklaren die door patiënten tijdens een hartstilstand met uitval van alle hersenfuncties gemeld kunnen worden (blz. 209).” Let op de woorden huidige, lijkt en alle. Die maken de zin boterzacht.

Kwantumfysicia

Soms staan we met beide benen op de grond: “Kwantumfysica is niet in staat het ontstaan van ons bewustzijn te verklaren (blz. 252).” Of toch weer niet: “Het is belangrijk te beseffen dat … de elektromagnetische velden van de hersenen … niet als oorzaak, maar als effect of gevolg van het bewustzijn worden beschouwd (blz. 253).” Het blijft speculeren: “Men weet nog niet of en in hoeverre kwantumfysica kan bijdragen tot het vinden van antwoorden op alle onbeantwoorde vragen. Maar de grondslagen van de kwantumfysica, …, die door de meeste kwantumfysici zijn geaccepteerd, zijn volgens mij essentieel om de relatie tussen bewustzijn en de hersenen te begrijpen (blz. 213).” De kwantumfysica kan uiteraard het bewustzijn niet verklaren, maar wel een bijdrage leveren om de overgang tussen bewustzijn en hersenen beter te begrijpen ( blz. 23).

Interactie

Dat is handig, omdat: “Het lijkt steeds minder waarschijnlijk dat bewustzijn zuiver en alleen een product kan zijn van hersenen, niet alleen vanwege het feit dat gemeten activiteiten in de hersenen niets zeggen over de inhoud van gevoelens en gedachten, maar ook omdat bewustzijn in staat is de anatomie en functie van de hersenen te veranderen (neuroplasticiteit, placebo) en omdat is aangetoond dat bewustzijn onafhankelijk van hersenfunctie ervaren kan worden (een bijna-dood Ervaring) (blz. 192). Wel is sprake van een duidelijke interactie tussen hersenen en bewustzijn, maar niet alleen in de zin van oorzaak en gevolg. Het lijkt dan ook niet juist te beweren dat het bewustzijn alleen maar het product kan zijn van hersenfuncties (blz.190).”

“Een samenhang zegt echter niets over oorzaak en gevolg. Een bewustzijnservaring kan het gevolg zijn van hersenactiviteit, maar een hersenactiviteit kan ook het gevolg zijn van het bewustzijn. … Daarom lijkt de conclusie gerechtvaardigd dat het volgens huidige inzichten niet mogelijk is bewustzijn te reduceren tot activiteiten en processen in de hersenen (blz. 174 en ook 183).”

Hersenen onvoldoende

“Het is nog steeds een onbewezen hypothese dat bewustzijn en herinneringen exclusief in onze hersenen worden geproduceerd en opgeslagen. Er zijn al tientallen jaren pogingen gedaan om herinneringen en bewustzijn in de hersenen te lokaliseren, maar dat is tot nu toe niet gelukt en het is nog maar de vraag of het ooit zal lukken (blz. 173). Het lijkt steeds duidelijker te worden dat hersenactiviteit op zich onvoldoende is om bewustzijn te verklaren (blz. 167). Indien het huidig concept, dat bewustzijn door de hersenen wordt geproduceerd, immers juist zou zijn, zou dat logischerwijs betekenen dat het bewustzijn ook altijd verdwenen moet zijn op het moment dat de hersenen geen activiteit meer vertonen (blz. 150)”.

Toch als: “de hersenschors en hersenstam zijn uitgevallen, ..., bestaat er geen mogelijkheid meer voor integratie en differentiatie van informatie, wat een voorwaarde voor communicatie en daarmee voor het ervaren van bewustzijn blijkt te zijn. Deze informatie-uitwisseling blijft een voorwaarde te zijn om bewustzijn te ervaren (blz.182).”

Niet te meten

Hoe we het bewustzijn kunnen vaststellen, is niet duidelijk in het boek. “De inhoud van gedachten, gevoelens en emoties is niet te meten. Met alleen een zuiver materialistische bestudering van een levend wezen is men niet in staat de inhoud van ons bewustzijn aan te tonen. Bewustzijn is niet op een vaste plaats en tijd te lokaliseren. Dit eindeloze bewustzijn is continu om ons en in ons aanwezig (blz. 24). Tijdens het leven functioneert het lichaam als een interface (blz.25) En de vraag is dus: Is de mens zijn lichaam, of heeft de mens een lichaam (blz. 19)?”

En dan een belangrijke verdedigingslinie die verder niet wordt uitgewerkt: “Het idee dat alle subjectieve gevoelens en gedachten niets anders zijn dan het gevolg van de werking van de hersenen betekent uiteraard ook dat het een illusie is te denken dat er sprake zou kunnen zijn van een vrije wil (blz. 22).” Geen vrije wil omdat de hersenen werken. Bijzonder.

Bijna-dood ervaring

De bijna-dood ervaring (BDE) komt aan de orde als bewijs. “Bij gebrek aan bewijs voor de eerder genoemde verklaringen over de oorzaak en inhoud van een BDE moet het tot nu toe algemeen geaccepteerde, maar nooit bewezen concept dat bewustzijn in de hersenen is gelokaliseerd, dus wel ter discussie worden gesteld (blz. 149).”

Het grote probleem is echter dat de BDE strikt persoonlijk is. “'De' klassieke bijna-dood ervaring en 'de' klassieke verwerking bestaan niet (blz 90). Er bestaan vele definities van BDE (blz. 34 e.v.). De gevolgen van een BDE kunnen positief zijn (blz. 74), maar net zo goed negatief (blz. 83).”

Conclusie

De conclusie van het boek is dat een alles omvattende theorie niet mogelijk is. Er blijven op dit moment nog veel fundamentele vragen onbeantwoord (blz. 128). Maar zeker is wel dat zuurstoftekort geen oorzaak van BDE is (blz. 166).

Wat heb ik nu geleerd? Wat ben ik wijzer geworden? Dat de inhoud en de wetenschappelijke bewijsvoering van een stelling niet belangrijk is, zolang de boodschap maar aansluit bij de behoeften van de lezers? Dat de lezers graag een eindeloos leven willen hebben in goede harmonie met anderen?

Het vreemde is dat de weg hiernaartoe voert langs kernspinresonantie, kwantumfysica, non-lokale ruimte, non-lokaal bewustzijn en DNA met een gemeenschappelijk toegangscode. Het zijn letterlijk hersenspinsels die op geen enkele plaats in het boek onderbouwd zijn. Ik heb daarmee niets geleerd. Geen wonder dat ik van het boek baldadig werd. Ik kreeg de neiging met van alles en nog wat te gaan gooien, maar ik hield me tijdig in. Wellicht kreeg mijn DNA op tijd een telefoontje met de goede toegangscode, zodat ik alsnog in harmonie met mijn omgeving kan leven. Daar draagt het boek echter niet aan bij!

Het is mij na het lezen van het boek nog steeds een raadsel wat een wetenschappelijke visie, een bijna-dood ervaring en eindeloos bewijstzijn met elkaar te maken hebben.

Arjen Meijer, 30 september 2014

Zie ook

Meningen op basis van het 3DE5-raamwerk